Bolivia · 18 – 19 augustus 2015 · Tupiza → Potosí → Sucre
Dinsdag 18 augustus 2015
We vertrekken vandaag vanuit Tupiza naar Potosí…op naar de zilvermijnen, ik ben zo benieuwd hoe dit gaat zijn! Zodra we Tupiza uit rijden en tol hebben betaald, is het dan echt zover en ja hoor…de politie heeft ons te pakken met een lasergun. Leon rijdt 93 km waar je 70 km per uur mag. Maar ik moet eerlijk zeggen dat de politie hier net zo is als in Nederland…ze staan te laseren op een punt waar je een heuvel af rijdt. Dus 9 van de 10 automobilisten rijden hier te hard. We begrijpen dat we een ticket gaan krijgen van 200 BOB, ofwel 26 euro…dat valt gelukkig mee. En ja, je kent Leon…die probeert er eerst nog onderuit te komen, waarop ik natuurlijk weer zeg dat dit geen zin heeft. De agent legt uit dat zijn naam in het systeem komt en we vervolgens een ticket krijgen dat we moeten betalen bij de bank in Potosí…oké kerel, prima, doen we dat. Alleen zodra ze Leons naam willen invoeren, is dit op de een of andere manier niet mogelijk en mogen we gelukkig, zonder boete, doorrijden. We geven de agenten nog snel een hand, stappen weer in de auto en rijden snel weg. Een geluk bij een ongeluk, zullen we maar zeggen!
Gelukkig zijn er op de weg naar Potosí geen protesten aan de gang van de mijnwerkers, dus ook geen blokkades op de weg. Maar dan weer het volgende…aangekomen in Potosí bij ons geboekte hotel geeft de man van het hotel aan dat onze auto niet in de parkeergarage past…serieus maat, meen je dit nu echt? Oké, niks aan de hand, zeggen we tegen elkaar…gewoon op zoek naar een ander plekje. Gelukkig staat op onze app een ander hostel goed aangeschreven, dus op hoop van zegen dan maar. Gelukkig heeft dit hostel voor zowel ons als Monty een plekje…en wat blijkt, het is ook nog eens een stuk goedkoper. We zetten de auto neer bij Hostel Vicuña en lopen het centrum in voor wat eten en het boeken van een tour naar de zilvermijnen. We kiezen voor Greengo Tours…hopelijk is dit enigszins te vertrouwen en overleven we deze volgende uitdaging.
Woensdag 19 augustus 2015
Oké dan, vandaag gaan we de zilvermijnen in Potosí bezoeken. Zodra we opstaan, hebben we toch een beetje een gek gevoel in onze maag. Hoe gaat dit zijn en wat kunnen we verwachten? Om 09.00 uur verzamelen we bij Greengo Tours. Julio en onze gids Christian wachten ons op. We vertrekken richting het centrum om daar de bus te pakken naar de Miners Market. Hier kopen de mijnwerkers hun benodigdheden voor tijdens het werk. We krijgen eerst uitleg over het nut van de cocabladeren voor de mijnwerkers. De mijnwerkers eten de gehele dag niets in de zilvermijnen en de cocabladeren helpen daarbij: hierdoor hebben ze geen honger, kunnen ze de gehele dag doorgaan en hebben ze minder last van het stof. Wij vragen ons af of dit echt zo is, of dat het er alleen maar voor zorgt dat ze dit minder merken. Daarnaast drinken ze ook regelmatig alcohol…en nee, dan geen whisky of een biertje zoals wij dat doen, maar gewoon alcohol met een percentage van 96%…dit mixen ze óf met water óf met frisdrank. De reden hiervan is dat dit een stuk goedkoper is en natuurlijk een beter effect heeft. Toch een gek idee, dat iedereen daar zwaar onder invloed aan het werk is. Daarnaast verdwijnt er natuurlijk ook een drempel om dit soort werk uit te voeren.

We slaan wat cocabladeren in voor de mijnwerkers om ze zo wat te ondersteunen…voor zover dat mogelijk is. Vervolgens trekken we onze kledij aan…we krijgen een broek en shirt, daarnaast laarzen, een helm, een riem voor het licht en ook nog een rugzak voor onze spullen. Het is echt een belachelijk gezicht…maar ja, veiligheid boven alles. We krijgen ook nog uitleg over de explosieven en hoe het werkt voor de mijnwerkers. Ze laten deze explosieven aan het einde van de dag afgaan i.v.m. het stof dat het creëert in de mijnen. Wat ons het meest tegenstaat, is dat de mijnwerkers alles zelf moeten betalen…tot aan hun eigen uitrusting en materiaal toe. De mijnwerkers werken in teams en delen alles met elkaar, zo ook de kosten voor het materiaal. Ze werken voor coöperaties en deze huren de zilvermijnen van de regering. In totaal werken er ongeveer 15.000 mijnwerkers en de oudere mijnwerkers werken de jongere in. Helaas werkt het ook zo dat wanneer ze niets vinden, dus geen mineralen of zilver, ze ook niets betaald krijgen. Wanneer de prijs van de mineralen lager is, is er ook minder werk voor de mijnwerkers en dit is momenteel het geval. Helaas is dit voor menige man in Potosí die geen geld heeft om te studeren de enige mogelijkheid voor werk. Dit vind ik wel erg triest en sneu om te horen…in Nederland werkt dit toch heel anders.
We slaan nog wat frisdrank en dynamiet in voor de mijnwerkers en zetten onze weg voort richting de Cerro Rico. Eenmaal aangekomen bij de mijn, genaamd 27 March, slaat de angst toch wat meer toe…dit hebben we toch niet helemaal goed ingeschat. Maar zo “stoer” als we zijn, gaan we toch naar binnen. Helaas is de eerste poging niet zo’n succes en draaien we al snel weer om naar de uitgang. Dit gaat ons veel te snel en ook voor Leon werkt het niet positief i.v.m. zijn astma. Leon neemt dan ook de beslissing om niet verder te gaan…gewoonweg omdat dit niet haalbaar is. Ik besluit om wel verder te gaan met onze gids Christian en medetoerist Annie. Maar zodra ik de mijn weer binnenstap, vraag ik mezelf af waarom ik dit doe. We lopen met gebogen rug en bijna kruipend op handen en voeten door de mijnen. Ik heb geen last van claustrofobie, maar eerlijk waar…volgens mij heb ik dit zojuist ontwikkeld. Je ziet bijna niks, ademhalen is lastig en je weet niet waar je heen gaat. Christian verzekert ons dat de weg beter wordt…nou, ik betwijfel het ten zeerste. We moeten ook meerdere malen aan de kant i.v.m. de karretjes, gevuld met stenen en dergelijke. Dit maken ze duidelijk door stenen tegen de buizen aan te slaan en je wordt gewoonweg tegen de muur aan gedrukt…en dan maar hopen dat er geen karretje tegen je benen aan komt. Christian legt de mijnwerkers uit dat we ons niet op ons gemak voelen en ze proberen ons gerust te stellen. Maar toch is het geen pretje…je hebt het benauwd, een tekort aan lucht, ademhalen gaat moeilijk en de enige vraag die constant door mijn hoofd gaat, is waarom ik dit doe.


Gelukkig komen we na grofweg 30 minuten aan bij El Tío, ofwel de duivel…ook niet echt geruststellend dus! De mijnwerkers brengen hem offers voor hun veiligheid. Wanneer ze iets offeren, geven ze El Tío eerst wat voordat ze zelf wat nemen. Ze offeren aan de ogen voor het zicht en het uitkijken voor de gevaren in de mijn, aan de mond vanwege het kauwen van cocabladeren, aan de armen vanwege hun sterkte en aan de penis vanwege de vruchtbaarheid. Oké, denk ik steeds…schiet maar op met je tekst en uitleg…ik wil terug! Ondertussen komen er een aantal mijnwerkers langs en geven we hun onze gekochte spullen…ze zijn er superblij mee en bedanken ons uiterst vriendelijk, vooral de zak cocabladeren valt goed in de smaak. Ze hebben allemaal een glimlach op hun gezicht en maken constant grapjes…zou dit komen door de cocabladeren en de alcohol? Ik kan me niet voorstellen dat ze dit werk met plezier doen. Elke mijnwerker die passeert, komt bij ons zitten en schudt ons de hand…onvoorstelbaar hoe dit gaat.
Het bizarre is ook nog eens dat onze gids vertelt dat vrouwen eerst niet eens welkom waren in de mijnen…nou, dat geeft ook geen lekker gevoel. De reden hiervan is dat ze geloofden dat Moeder Natuur dan jaloers zou kunnen worden en dit slecht zou zijn voor het vinden van mineralen en zilver. Gelukkig vertelt hij ook dat dit inmiddels veranderd is door wat wij als toeristen voor hen meebrengen…en daarnaast zien ze ook vrouwen die ze nog nooit eerder hebben gezien. De meeste vrouwen in Bolivia hebben bruin haar en bruine ogen, dus ja…zodra dit wat anders is, geven zij hun ogen natuurlijk ook de kost. De jongste mijnwerker is 16…serieus, dat kun je toch niet geloven? Op die leeftijd heeft menig jongere in Nederland een krantenwijk en gaat naar school…althans ik wel, en mijn krantenwijk was 1x per week en daar had ik vaak al geen zin in.
Ik vind het zo indrukwekkend om te zien, maar voel me tegelijkertijd ook niet op mijn gemak…er spookt van alles door mijn hoofd…wat als die mijn dadelijk ineens instort, wat als ik geen adem meer krijg? Ik wil dan ook niets liever dan naar buiten. De gids vertelt ons dat het vanaf dit punt in totaal nog 1,5 km heen en terug is naar waar de mijnwerkers werken…en ik denk, serieus, dit trek ik echt niet. Ik ga geen 1,5 km kruipend op handen en voeten afleggen…ik ben toch niet gek! Het vreemde eraan is dat ik dit op dat moment echt wil zien en in staat ben om door te lopen, maar mijn onderbuikgevoel zegt dit niet te willen en deze keer luister ik daarnaar. Op de terugweg worden we weer tegen de muur aan gedrukt, omdat er vanuit beide richtingen een karretje aankomt…hoe gaan ze dit nu doen, daar is toch geen plaats voor? Ze leggen het lege karretje op de zijkant, waardoor de volle kar kan passeren. We lopen door naar de uitgang en zodra ik licht van buiten zie, slaak ik een zucht van opluchting.
Leon zit buiten te wachten en er verschijnt een glimlach op zijn gezicht zodra hij me ziet. Hij is blij dat ik heelhuids buiten ben. Ondanks dat Leon buiten zat, zag hij toch de andere kant van de mijnwerkers…ze kwamen allen met een bedrukt gezicht naar buiten, sommigen starend voor zich uit en allen met een getekend gezicht. Dit is echt zulk zwaar werk en moeilijk voor ons om te zien, soms niet in woorden te beschrijven hoe dit voelt. De mijnwerkers vragen Leon nog om een karretje mee te legen, echter blijkt dit lastiger dan gedacht. De mijnwerkers zijn een kop kleiner dan Leon, maar Leon heeft er zichtbaar moeite mee…hoe krijgen ze het voor elkaar? Toch blijft elk moment indrukwekkend. Ik geef ze nog een pakje sigaretten, waar ze ook weer erg blij mee zijn…op zaterdag is namelijk de laatste werkdag van de week, waarop ze gezamenlijk bij El Tío zitten te drinken en roken…hetzelfde wat menig Hollander doet op vrijdagmiddag na het werk. En ik blijf het maar herhalen…dit is onvoorstelbaar voor ons Hollanders, waarom klagen wij soms zoveel over ons werk? Dit stelt niks voor in vergelijking met wat we vandaag hebben gezien. Voordat we naar Potosí gingen, waren er protesten aan de gang i.v.m. de slechte omstandigheden waarin de mijnwerkers werken…dit begrijp ik nu volkomen en ik geef ze groot gelijk!

Na dit alles lopen we terug naar ons hostel en denken alleen maar aan spullen pakken en gaan…op naar Sucre. Aangekomen in Sucre gaan we eerst nog even tanken en natuurlijk…na 10 minuten komen we erachter dat de tankdop er niet op zit en die zijn we nu dus kwijt…ach joh, gewoon een nieuwe aanschaffen. We rijden naar Hostel Pachamama…supergezellig, een fijne kamer en de auto kan binnen staan…en dat alles voor 100 BOB.
Praktische info
Slapen
- Hostel Vicuña, Potosí – met parkeerplek
- Hostel Pachamama, Sucre – auto binnen, 100 BOB
Tour
- Greengo Tours, Potosí – tour naar de zilvermijnen met bezoek aan de Miners Market
Goed om te weten
- De mijnen zijn krap, stoffig en zwaar; met astma of claustrofobie is het niet aan te raden
- Neem cocabladeren of frisdrank mee voor de mijnwerkers


